Gebouwgebonden financiering, hoe werkt dat?

Gebouwgebonden financieringEen gebouwgebonden financiering is een lening die blijvend gekoppeld is aan de woning en niet aan de woningbezitter. Een interessante financieringsvorm voor particulieren die opzien tegen dure investeringen in duurzaamheid. Die drempel verdwijnt als men uitgaven voor duurzaamheid niet in één keer hoeft op te brengen. De aflossing gebeurt in een termijn die beter aansluit bij de terugverdientijd. Maar hoe werkt zo’n gebouwgebonden financiering?

Aflossing van gebouwgebonden financiering

Gemiddeld verhuizen huiseigenaren pakweg eens in de 12 jaar. Die tijd is meestal te kort om duurzame investeringen terug te verdienen. En vraag is of men die initiële investering überhaupt kan doorberekenen in de verkoopprijs. Want daardoor zou je als investerende bewoner nog iets van je geld terugzien.

  • De weerstand om te investeren verdwijnt als je de uitgaven voor duurzaamheid niet in één keer hoeft op te hoesten;
  • Financiering gebeurt dan met een lening die de bewoner en eventueel toekomstige bewoners gezamenlijk aflossen;
  • Die aflossing smeer je daardoor uit over een termijn die beter past bij de terugverdientijd. Dat is het wezen van gebouwgebonden financiering.

Het is wellicht dé oplossing om de hoge kosten van energiebesparende aanpassingen te betalen. Maar is het juridisch haalbaar?




Is gebouwgebonden financiering juridisch mogelijk?

De wet kent enkele serieuze bezwaren tegen gebouwgebonden financiering:

  • Europese regelgeving verbiedt om een krediet structureel te koppelen aan een woning;
  • en zo’n lening kan niet zomaar overgaan op een nieuwe eigenaar zonder toetsing van diens kredietwaardigheid;
  • bovendien moet een volgende eigenaar kunnen kiezen om de lening al dan niet over te nemen.

Een aantal banken wuift die bezwaren echter weg en ziet goede mogelijkheden. Triodosbank bijvoorbeeld, doet zelfs al voorstellen voor een aangepaste formulering in het Burgerlijk Wetboek.

Banken zien gebouwgebonden financiering wel zitten

Banken zien deze financiering als een interessante optie, die zich baseert op de woonlasten als geheel:

  • men verstrekt een lening die in verhouding staat tot de energiebesparing die men realiseert;
  • een lagere energierekening legitimeert dat men het krediet verstrekt zonder naar de verhouding inkomsten/lasten te kijken;
  • zo’n lening zou dan ook niet ten koste van het maximaal te lenen hypotheekbedrag mogen gaan. Door een lagere energierekening immers, bespaar je op termijn meer dan je aan leenbedrag kwijt bent;
  • de kredietrisico’s voor de bank zijn hooguit beperkt tot uitblijvende rentebetalingen. Een gebouwgebonden krediet bezit voldoende zekerheid. De waarde zit immers in de woning.

Toetsen kredietwaardigheid wellicht niet nodig

Ook Rabobank ziet als grootste hypotheekverstrekker van Nederland mogelijkheden voor deze innovatieve vorm van financiering. Het is een interessante aanvulling op het bestaande aanbod. Men wil zelfs afzien van een kredietwaardigheidstoets, mits de opbrengst aantoonbaar hoger is dan de maandlast.




‘Huisbank van de energietransitie’

Willen we de doelstellingen van het Parijse klimaatakkoord realiseren, dan is versnelling van de investeringen in duurzame energie dringend geboden. Rabobank wil zich in dat verband graag als ‘huisbank van de energietransitie’ positioneren. En ook andere banken juichen elk initiatief toe dat de duurzaamheid van de samenleving kan bevorderen. Zo biedt een bank als Triodosbank al meerdere diensten aan die dat streven stimuleren. Bijvoorbeeld hypotheken waarvan men de rente koppelt aan de energieprestatie van de woning.