Box 3 voor inkomen uit sparen en beleggen

box 3In 2001 hadden we onze laatste grote wijziging in de inkomstenbelasting. Met onder meer de introductie van box 3 voor inkomen uit sparen en beleggen. Toen immers, legde men de basis voor een fiscaal systeem met drie separate inkomensboxen. Elke box heeft zijn eigen belastbaar inkomen en kent eigen regels en tarieven. Hoe dat werkt voor de in Nederland woonachtige particulier? Bezittingen en schulden die niet thuishoren in box 1 (inkomsten uit werk en woning) of box 2 ( inkomsten uit aanmerkelijk belang), vallen in box 3

Wat wordt er belast in box 3?

Zoals al gezegd worden in box 3 de inkomsten uit sparen en beleggen belast. Daar kunnen we de volgende inkomstenbronnen en vermogensbestanddelen toe rekenen:

Voor sommige bezittingen zoals groene beleggingen, geldt een vrijstelling. Op het totaal van uw bezittingen in deze box mag u uw schulden in mindering brengen.




Hoeveel belasting betalen we in box 3?

Vanaf 2001 belast de fiscus niet langer de renteopbrengsten zelf maar de waarde van uw spaartegoeden in box 3. De belastingdienst neemt voor de heffing van de inkomstenbelasting aan dat u een rendement van 4% behaalt over uw vermogen. De peildatum is 1 januari . Het inkomen dat u werkelijk heeft behaald met bedoelde vermogensbestanddelen, doet er dus niet toe voor de fiscus. Het zogenaamde forfaitaire rendement van 4% kent een tarief van 30%. Dat komt overeen met een belastingpercentage van 1,2%.

Vermogensrendementsheffing ter discussie

In 2018 spande de Bond van Belastingbetalers een rechtszaak aan tegen de Belastingdienst. De Bond vertegenwoordigt een groep consumenten die de vermogensrendementsheffing te hoog vindt. Concreet gaat de rechtszaak om een belastingaanslag uit 2014. De fiscus stelde dat de betrokken particulieren destijds een rendement van 4 procent over hun vermogen hadden behaald. Inmiddels (2019) is er enige nuancering in systeem aangebracht. Daarbij is de belasting gerelateerd aan de omvang van het vermogen. De Belastingdienst gaat er nu van uit dat burgers met een groter vermogen meer rendement kunnen behalen.




Het heffingsvrij vermogen

Deze vermogensrendementsheffing komt pas in beeld als het vermogen in box 3 hoger is dan het heffingsvrij vermogen. Het heffingsvrij vermogen bedraagt in 2019 € 30.360,- per partner.

Extra vrijstelling voor minderjarige kinderen is vervallen

De regel dat er een extra vrijstelling voor het spaargeld van een minderjarig kind geldt, geldt niet meer vanaf 2016. Ook het vermogen van uw minderjarige kinderen telt men dus in 2019 bij uw vermogen.

Ouderentoeslag is eveneens vervallen

65-Plussers konden tot 2016 in aanmerking komen voor een ouderentoeslag die meerdere tienduizenden euro’s bedroeg. Maar ook die ouderentoeslag is in 2016 afgeschaft.