Beloning bij banken kan lager

beloning bij bankenDe politiek had het op een gegeven moment helemaal gehad met de beloning bij banken. Hoogste tijd om salaris in te leveren. Banken zijn immers zo afhankelijk geworden van de staat dat bankmedewerkers net als andere ambtenaren op de nullijn moeten.

Banken in Nederland grootdeels publiek bezit

Door nationalisatie van SNS bank waren op het moment van schrijven 2 van de 4 Nederlandse systeembanken in handen van de staat (SNS en ABN Amro). En een derde partij (ING) dreef nog steeds op geld van de belastingbetaler. Alleen de Rabobank deed tot dan toe nog geen beroep op staatssteun.




Passende beloning bij banken gewenst

De bankensector in Nederland is dus voor een aanzienlijk deel in publieke handen. Er gingen dan ook stemmen op, om ook een navenante beloning bij banken toe te passen. Het salaris van bankmedewerkers zou evenals dat van onderwijzend personeel, politieagenten en verplegers bevroren moeten worden. Zelfs de VVD was die mening toegedaan. “De bankensector dient zich te meten met sectoren die al jaren op de nullijn zitten”.

Consequente toepassing Balkenendenorm

Een aantal parlementsleden achtte het zelfs noodzakelijk om bij staatsbanken de Balkenendenorm (hooguit 130% van het salaris van de premier) consequent te hanteren. Ook Minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem was het eens met de kritiek dat de salarissen in de financiële sector te hoog waren. Maar hij wilde niet zover gaan om de staatsbanken onder de Balkenendenorm te brengen. Bij de nationalisatie van SNS bank werd door hem het maximale gevraagd van de collegabanken. Meer inspanning van die kant zou de kredietverlening en financiële stabiliteit van die banken ernstig in gevaar brengen.




Beroep op de belastingbetaler was onnodig

Anderen daarentegen hadden zo hun twijfels over de uitlatingen van Dijsselbloem. Zij refereerden aan het feit dat de vaderlandse banken in 2012 niet minder dan 8 miljard euro winst hebben gemaakt. Ze hadden de schadepost van bijna 5 miljard euro dus zeer wel voor eigen rekening kunnen nemen. Een beroep op de belastingbetaler was dus niet nodig geweest.